30
lijk ten dans te gaan.
Maar, o wee! De dames, gisteren zoo vroolijk en elegant, waren, voor zooveel zij zich in de eerste uren van den 22sten aan het dek vertoonden, noch vroolijk, noch elegant. En sommigen vertoonden zich in 't geheel niet. 't Had dien nacht flink gewaaid, en 't woei nog hard. Wij waren in de Golfe du Lion, de beruchte Leeuwengolf. De Mistral, een storm uit het Noorden, met hooge zeeën, laat zich wakker gelden, al ontwikkelt zij op verre na niet al haar geduchte kracht. Wij hebben deernis met de slachtoffers der zeeziekte, die beneden blijven, of boven op een beschut plekje, in 't gevoel hunner rampzaligheid in de luierstoelen liggen. Maar voor 't overige, wat 't is een genot voor wie vrij zijn van de gehate krankheid, als het lauwe luchtbad op de doodstille zee eens wordt afgewisseld door den frisschen, versterkenden wind, die stevig waait over het dek, en aan het rijzen en dalen der boot eens te bemerken, dat wij waarlijk op zee zijn! 't Is een beminnelijke eigenschap van de Mistral, dat het daarbij altijd droog, helder, zonnig weer is. Dampen en nevelen zijn tegen haar niet opgewassen. Hoe schoon is 't, de machtige golven te zien aanrollen en in fonkelend schuim hoog opstuiven tegen den boeg! Wat heerlijkheid wordt ons geopenbaard, als wij over de reeling geleund, starend op de forsche golf door den boeg weggezonden, als die in botsing komt met eene, die bruisend komt aanrollen en zij opspringen in wolken, tintelend in het stralend zonlicht en teere, wonderschoone kleuren in het woelend water dooreenvloeien; of aan lij, de lange baren, door niets gestuit, als parelmoer en zilver heenstroomen, zoo ver het oog hen volgen kan. Den rand der reeling zien wij nu eens ver beneden den horizon dalen, dan allengs hoog daarboven oprijzen--een liefhebber van wedden zou een pari kunnen voorstellen, hoe diep en hoe hoog een beweging van het schip het brengen zal--maar de boot rijst en daalt regelmatig en geleidelijk. Hinderlijk rollen of stampen doet zij niet en tegen het geri