Onder de wilde stammen op de grenzen van Afghanistan, page 29 by T.L. Pennell
<< Return to Title Details & Download30
vertoonen noch dierlijk, noch plantaardig leven. Een paar patrijzen, die met schellen kreet opvliegen uit een polletje droog gras, kan men nog te zien krijgen en enkele acaciastruiken, die brandhout leveren. De Waziri's namen dat mee, om het op de Vrijdagmarkt in Bannoe te verkoopen.
De Afghanen vertellen u, dat toen God de wereld had geschapen, er een massa steenen en rotsblokken en puin over was gebleven, die alle aan deze grens neergesmakt werden, wat het onaantrekkelijk aanzien van het land moet verklaren. Nog is er een bergketen, waar we overheen moeten, eer we de vlakten van Indië bereiken. Wij hebben een rotspad met moeite beklommen over kale steenen, die de zonnestralen fel weerkaatsen, zonder dat er struik of boom schaduw geeft, of zelfs het kleinste grassprietje den grond afkoelt, die onze voeten even fel brandt als de gloeiende schijf boven ons. Dan bereiken we den top, en het tooneel vóór ons verandert als door een tooverstaf. Vijfhonderd voet onder ons ligt de breede indische vlakte, hier besproeid door de levenwekkende wateren van de Koeram, die, als ze vrij zijn uit de rotsengten, waardoor ze de laatste dertig mijlen hebben afgelegd, nu over hun steenachtige bedding voortdansen en onder overhangende klippen door stroomen, om eindelijk zich in tallooze kanaaltjes te splitsen, en als zilveren linten als in een labyrinth door de vlakte te stroomen. Zoo ver, als de levenwekkende besproeiing door de Koeram duurt, breiden zich velden uit van graan en maïs en rijst in eindelooze opvolging, zoo ver het oog reikt.
Verspreid tusschen de velden liggen de dorpen, de rijke dorpen der Bannoeërs, verborgen tusschen moerbeiboomen en vijgen en wijngaarden, alsof een hoorn van overvloed hier al zijn gaven had uitgestort. Zoo is Indië, en zoo doet het zich voor aan de Pathans, die op de bergen van onze noord westgrens wonen, en als wij het land aldus aanschouwen, na eenigen tijd met hen samen te hebben geleefd tusschen hun kale en dorre bergen, kunnen we gemakkelijk hun