Een jaar in de Molukken, page 29 by H.R. Roelfsema
<< Return to Title Details & Download30
e bereikte resultaten tevreden zijn geweest, wanneer we niet dag aan dag geplaagd werden door de onzekerheid omtrent het werkvolk, dat steeds met moeite mee te krijgen was. Het bracht Verster soms tot wanhoop, die, gedrukt door de verantwoordelijkheid welke hij in Holland op zich had genomen, liefst een honderdtal tegelijk had zien opkomen. Zonder de hulp van den civiel-gezaghebber, die de menschen herhaaldelijk tot werken aanspoorde, zou het er echter nog droeviger mee gesteld zijn geweest. Voor een geregelde ontginning zou de komst der contract-koelies moeten worden afgewacht.
Een bezoek aan de zendelingen gebracht, had tot resultaat, dat door den invloed van den oudsten de bewoners van de nabijgelegen kampong Pitoe genegen bleken te zijn, tegen ruime betaling een tweetal groote koelieloodsen op een door ons aan te wijzen terrein te bouwen; en hiermede was dan een aanvang gemaakt met de prille jeugd eener cultuur-onderneming.
Het was juist een week na onze aankomst te Tobelo, dat ik me weer op zee bevond en nu in de gouvernementsmotorboot op weg naar het eiland Morotai, dat van Tobelo uit op een afstand van ruim 40 K.M. over de zee was te zien.
De civiel-gezaghebber had mij uitgenoodigd, hem op een driedaagschen inspectietocht daarheen te vergezellen, waarbij mij dan de gelegenheid geboden werd iets van dat eiland van meer nabij te leeren kennen en tevens om een klapperaanplant van 7000 boomen op twee der kleine koraaleilanden, die voor de Westkust van Morotai lagen, in oogenschouw te nemen. Deze beide eilandjes, Dodola-Besar (groot) en Dodola-Ketjil (klein) zouden, als zijnde ons eigendom, te zamen met het nieuw aangevraagde terrein te Tobelo in exploitatie worden genomen.
In mijn dagboek vind ik over deze reis het volgende:
23 November 1912. Half zeven vertrek uit Tobelo. Aan boord de civiel-gezaghebber en mijn persoon, een Madoereesche motorist en tevens stuurman, benevens een gevangene als matroos. De zee is hol, er staat een sterke bries, zoodat de boot g