Een jaar in de Molukken, page 9 by H.R. Roelfsema
<< Return to Title Details & Download10
l we daar voeren, staande in de prauw en leunende tegen het afdakje, dat in het midden tot beschutting tegen den regen was gebouwd, werd de hitte, nu de middag naderde, steeds grooter, en steeds feller weerkaatsten de zonnestralen op het water, waartegen geen tropenhoed beschermde.
De zendeling met zijn breedgeranden hoed, zijn gebaard, bruin en ernstig gezicht, zijn pajong, waarmede hij zich tegen den allerergsten zonnegloed trachtte te beschutten, deed mij in dat primitieve vaartuigje, met een bruinen roeier aan zijn voeten, aan een lang vergeten plaatje uit mijn kinderjaren denken, toen ik van Robinson en zijn trouwen Vrijdag droomde en met een popelend hart dat romantische leven in gedachten meeleefde.
In de werkelijkheid is het vaak anders, en terwijl ik daar half luisterde naar het gesprek van mijn reisgezelschap, waren mijn gedachten niet bij avonturen, doch dwaalden terug naar Holland, naar den eigen haard, dien ik verlaten had, en onwillekeurig tuurde ik over de zee in de richting van het Noord-westen, waar dat alles gelegen was. Doch we gingen steeds nog verder naar het Oosten, zooals ik nu reeds maandenlang dienzelfden kant was uitgegaan.
Een hevig gekraak riep mij plotseling uit mijn droomerijen wakker. Het kleine afdakje in het midden der prauw was ingevallen door het gewicht der beide converseerende heeren, die ten slotte, moe van het lange staan, zich daarop hadden neergezet en nu tot amusement van alle opvarenden lagen te spartelen tusschen de gevolgen van hun onnadenkendheid.
Het intermezzo was mij welkom, we ontwaakten uit een zekere verdooving en zetten ons nu aan den maaltijd, waarvoor het reeds lang tijd was geworden. Intusschen naderden wij de kust van Halmaheira zoo dicht, dat we de inhammen en de kreken duidelijk konden onderscheiden en spoedig met zekerheid konden bepalen welke richting we moesten sturen om de monding der kali te vinden, die we nog een eindweegs hadden op te varen, alvorens voet aan wal te kunnen zetten.
Het water werd ondiep, de ro