Merauke, en wat daaraan voorafging, page 1 by Various Authors
<< Return to Title Details & Download2
der Paketvaart-Maatschappij, waardoor om de twaalf weken van Ternate uit zoowel de noord- als de zuidkust van Nieuw-Guinea met de op kontrakt varende mailbooten kon bereikt worden. Op de zuidkust voer de boot door tot den 141sten lengtegraad, maar van eenige handelsbeweging was in de eerste jaren geen sprake. Het was meer een vlagvertoon op de grenzen van ons gebied; op de eerste kontraktueele reis werd het weder zóó ongunstig, dat op het eindpunt, waar de Camphuys twee etmalen ten anker lag, 't niet mogelijk bleek verbinding met den wal te krijgen, en voor zoover bespeurd was, hadden de inlanders, nogal verstandig, geen pogingen gedaan om zich naar het stoomschip te begeven.
Op zijne tweede reis kreeg hetzelfde schip, van 141 naar 140°30', dus noordwestwaarts stoomende, een groote en volkrijke kampong in 't gezicht, waarvan de bewoners, blijkbaar op kennismaking niet gesteld, op de nadering der stoombarkas vluchtten.
Af en toe maakte een gouvernements-ambtenaar, de posthouder van Patani op Halmahera, deze reizen mede; zoo ook weder de reis in Januari 1892, omdat in den loop van 1891 vanwege den Gouverneur van Britsch Nieuw-Guinea langs diplomatieken weg gevraagd was of de strooptochten niet een einde konden nemen, die de Tugere's, een stam waarschijnlijk thuisbehoorende in het Nederlandsch gedeelte van Nieuw-Guinea, naar het Engelsche gedeelte des eilands en ook naar de naburige Queensland-eilanden ondernamen. De posthouder zou nu inlichtingen inwinnen omtrent deze lastige Papoea's en hij kreeg aanraking met hen in de zooeven genoemde, of eigenlijk niet genoemde, groote kampong, die later Sileraka of Selerieka gedoopt werd, maar ten slotte bleek te heeten Seriere of Sariere. De posthouder werd aan de inlanders voorgesteld door een Engelschen zendeling, zekeren heer Montague, die reeds met hen kennis gemaakt had, deugdelijk zelfs, en over hen tevreden was, zoowel over de Tugere's die hem niet opaten, als over de stammen die hij op zijne reis uit het binnenland naar de kus