20.000 Mijlen onder Zee: Oostelijk Halfrond, page 139 by Jules Verne
<< Return to Title Details & Download140
hen de klippen Pacou en Vanou ankers, stukken ijzer en lood, die reeds met eene kalklaag overdekt waren. De sloepen van de Astrolabe werden naar deze plek gezonden; de bemanning slaagde er met groote moeite in om een anker, dat 1800 pond woog, een gegoten achtponder, een looden blok en twee koperen draaibassen naar boven te halen. Dumont d'Urville ondervroeg de inboorlingen en vernam ook dat La Pérouse, na zijne beide schepen op de klippen van het eiland te hebben zien vergaan, een kleiner schip had gebouwd, waarmede hij een tweede maal schipbreuk had geleden. Waar? dat wist men niet.
Toen liet de gezagvoerder van de Astrolabe onder eene groep palmboomen een grafteeken ter herinnering aan den beroemden zeevaarder en zijne tochtgenooten oprichten. Het was eene vierhoekige pyramide, welke op een stuk koraal was gezet, en waaraan geen enkel stuk ijzer gebruikt werd, om daardoor de hebzucht van de inboorlingen niet op te wekken. Daarna wilde d'Urville vertrekken, doch zijne manschappen hadden op deze ongezonde kust de koorts gekregen, en daar hij zelf ernstig ziek was, kon hij niet vóor 17 Maart vertrekken.
De Fransche regeering, bang dat d'Urville niet op de hoogte was van hetgeen Dillon reeds gedaan had, zond de korvet de Bayonnaise, onder kapitein Legorant de Tromelin, naar Vanikoro, welk schip op dat oogenblik ergens op de westkust van Amerika gestationneerd was. De Bayonnaise liet eenige maanden na het vertrek van de Astrolabe het anker voor Vanikoro vallen, doch vond niets nieuws; alleen bevond men dat de inboorlingen het gedenkteeken voor La Pérouse hadden ontzien.
Dit was ongeveer het verhaal dat ik aan kapitein Nemo deed.
"Dus weet men nog niet," zeide hij, "waar dit derde schip is vergaan, hetwelk door de schipbreukelingen op Vanikoro gebouwd werd?"
"Neen, kapitein."
Nemo zeide verder niets doch wenkte mij om hem naar het salon te volgen. De Nautilus zonk eenige meters onder water en de wanden openden zich. Ik ijlde naar het glas en zag on