20.000 Mijlen onder Zee: Oostelijk Halfrond, page 179 by Jules Verne
<< Return to Title Details & Download180
op hetzelfde oogenblik toen hij den gang van den Nautilus deed versnellen.
"Zal mijnheer het mij niet kwalijk nemen als ik hem een raad geef?" vroeg Koenraad.
"Neen, mijn jongen!" antwoordde ik.
"Welnu, dan moet mijnheer ontbijten. Het is voorzichtig, want wij weten niet wat er gebeuren kan."
"Gij hebt gelijk, Koen."
"Ongelukkig," zeide Ned Land, "heeft men ons slechts de gewone scheepskost voorgezet."
"Zeg eens, vriend Ned," merkte Koenraad op, "wat zoudt ge wel gezegd hebben, als er in het geheel niets stond?"
Deze woorden stopten den harpoenier den mond. Wij gingen aan tafel en aten zonder verder een woord te spreken. Ik at weinig; Koenraad deed zich, altijd uit voorzichtigheid, geweld aan, en hoezeer Ned ook geprutteld had, zoo liet hij het zich toch goed smaken; en toen het ontbijt gedaan was, ging ieder in een hoek zitten. Op dat oogenblik ging het licht, waaronder wij zaten, plotseling uit, en liet ons in de diepste duisternis. Ned sliep weldra in, en wat mij vooral verwonderde, was dat Koenraad eveneens in slaap viel. Ik vroeg mijzelven af, wat hem zoo vast had doen inslapen, toen ik zelf eenige zwaarte op mijne oogleden begon te gevoelen. Mijne oogen, die ik met geweld wilde open houden, sloten zich onwillekeurig. Ik was ten prooi aan eene smartelijke zinsverbijstering; zeker had men een slaapmiddel in de door ons genuttigde spijzen gemengd. Het was dus niet genoeg om ons op te sluiten, ten einde ons het zien te beletten, men moest ons ook in slaap hebben, om niets van des kapiteins plannen te hooren!
Ik hoorde het luik sluiten, en bemerkte dat het lichte slingeren van het vaartuig door de deining der zee ophield. Zakte de Nautilus naar de diepte?
Ik wilde aan den slaap weerstand bieden, doch dit was onmogelijk; mijne ademhaling werd zwakker; ik voelde eene kille huivering door mijn loome en als verlamde ledematen. Mijne oogleden vielen, alsof ze van lood waren, over mijne oogen; ik kon ze niet meer oplichten; een doffe slaap, vol a