20.000 Mijlen onder Zee: Oostelijk Halfrond, page 29 by Jules Verne
<< Return to Title Details & Download30
r goed en de reis werd onder de gunstigste omstandigheden voortgezet. Het slechte jaargetijde was anders in die streken ingevallen, want de maand Juli komt daar met onze maand Januari overeen; maar de zee bleef kalm en men kon haar tot op grooten afstand overzien.
Ned Land toonde altijd nog het hardnekkigste ongeloof; hij hield zich zelfs alsof hij nooit naar de zee keek, behalve als hij de wacht had--ten minste als er geen walvisch in het gezicht was. En toch zou zijn scherp oog groote diensten hebben kunnen bewijzen. Maar gedurende acht uur van de twaalf was de koppige Amerikaan in zijne hut, waar hij las of sliep. Honderdmaal verweet ik hem zijne onverschilligheid.
"Och, kom," antwoordde hij "er is niemendal, mijnheer Aronnax, en al was er eens een beest, welke kans hebben wij dan nog om het te zien? Dwalen wij niet op avontuur rond? Men heeft, zegt men, dat ongenaakbare dier in de Zuidzee teruggezien, ik wil dat eens aannemen; maar er zijn reeds twee maanden voorbijgegaan sedert dit gebeurd is, en als ik let op den aard van uw eenhoorn dan houdt hij er niet van om lang in dezelfde streken te huizen. Hij verplaatst zich zeer gemakkelijk; welnu, gij weet het beter dan ik, mijnheer de professor, de natuur doet niets in verkeerden zin, en zij zou aan geen dier dat langzaam van aard is de kracht geven om zich snel te bewegen, als het beest dit niet noodig had; als derhalve uw dier bestaat, is het reeds ver weg."
Ik kon daar niets op antwoorden, want het was waar, wij zochten in den blinde rond; maar hoe kon het anders? Onze kansen waren dus zeer gering. Echter twijfelde niemand nog aan een goeden uitslag, en elk matroos aan boord zou eene weddenschap hebben willen aangaan dat de eenhoorn bestond en weldra zou opdagen.
Den 20sten Juli passeerden wij op 105° W.L. den Steenbokskeerkring, en den 27sten van diezelfde maand den evenaar op 110° W.L. Toen hiervan hoogte was genomen, richtte het fregat zijn koers meer naar het westen en stoomde naar het middelste gedeelte van den Gro