20.000 Mijlen onder Zee: Westelijk Halfrond, page 109 by Jules Verne
<< Return to Title Details & Download110
, mijn vriend."
"Het komt mij voor," hernam Ned Land, "dat er voor dit vaartuig geen talrijke equipage noodig is."
"Inderdaad," antwoordde ik, een tiental mannen moeten, dunkt me, voldoende zijn."
"Welnu," zei Ned, "waarom zouden er meer zijn?"
"Waarom?" vroeg ik.
Ik keek Ned Land strak aan, omdat zijn doel gemakkelijk te raden was.
"Omdat," zei ik, "als mijn voorgevoel mij niet bedriegt, en ik het leven van kapitein Nemo goed begrepen heb, de Nautilus niet alleen een vaartuig, maar ook een schuilplaats zijn moet voor allen, die even als de kapitein elke betrekking met het bewoonde land hebben afgebroken."
"Misschien," zei Koenraad; "maar de Nautilus kan enkel een bepaald aantal menschen bevatten, en zou mijnheer ons niet eens kunnen zeggen, wat het grootste aantal zijn kan."
"Hoe dat, Koen?"
"Door berekening. Mijnheer kent den inhoud van den Nautilus en dus ook de hoeveelheid daarin vervatte lucht; als mijnheer nu ook weet hoeveel lucht elk mensch voor de ademhaling noodig heeft en dit vergelijkt met de noodzakelijkheid waarin de Nautilus verkeert om elke vier en twintig uur eens boven te komen...."
Koenraad eindigde zijn zin niet, maar ik begreep waar hij heen wilde.
"Ik begrijp u," zei ik, "maar hoewel die berekening gemakkelijk te maken is, kan zij toch slechts een zeer onzekere uitkomst opleveren."
"Het doet er niet toe," drong Ned Land aan.
"Hoor dan eens," hernam ik: "elk mensch heeft ieder uur zooveel zuurstof noodig als er in honderd liter zuivere lucht vervat is; dus in vier en twintig uur de zuurstof van 2400 liter lucht. Nu moet men berekenen hoeveel de Nautilus van deze hoeveelheid lucht bevatten kan."
"Juist," zei Koenraad.
"De inhoud van den Nautilus is 1500 ton, en een ton bevat duizend liter; dus bevat de Nautilus 1500,000 liter lucht, dat door 2400 gedeeld...."
Ik berekende het snel op een stukje papier.
".... geeft 625; dat is dus te zeggen, dat de lucht die de Nautilus bevat,