20.000 Mijlen onder Zee: Westelijk Halfrond, page 149 by Jules Verne
<< Return to Title Details & Download150
weeden male, doch ditmaal van achteren. Ik verbleekte; mijn makkers kwamen dichter bij mij; ik greep Koenraads hand; wij ondervroegen elkander met de oogen, en dat op welsprekender wijze dan wij het met woorden hadden kunnen doen.
Op dat oogenblik kwam de kapitein in den salon, en ik trad op hem toe.
"Is onze weg naar het Zuiden versperd?" vroeg ik.
"Ja, mijnheer; de ijsberg heeft zich omgekeerd en alle uitgangen gestopt."
"Zijn wij dus ingesloten?"
"Ja."
HOOFDSTUK XL
Geen lucht.
Derhalve een ondoordringbare ijsmuur boven, beneden en rondom den Nautilus; wij zaten in de ijsbank gevangen! De Amerikaan sloeg met de vuist op de tafel; Koenraad zweeg, ik keek den kapitein aan; zijn gelaat had de gewone kalmte hernomen. Hij had de armen over elkander geslagen, en scheen na te denken. De Nautilus bewoog zich niet. Daarna nam de kapitein het woord:
"Mijne heeren," zei hij op bedaarden toon, "er zijn twee wijzen van sterven in de omstandigheden waarin wij verkeeren."
Deze onverklaarbare man had iets van een hoogleeraar in de wiskunde, die voor zijn leerlingen de een of andere stelling bewees.
"De eerste manier," vervolgde hij, "is om te sterven door verplettering, de tweede door verstikking. Ik spreek niet van de mogelijkheid om den hongerdood te sterven, want de proviand van den Nautilus zal langer duren dan wij. Laten wij dus alleen over de beide eerste gevallen spreken."
"Voor stikken behoeven wij niet bang te zijn, kapitein," antwoordde ik, "want onze vergaarbakken zijn vol."
"Juist," hernam Nemo, "maar dat is maar voor twee dagen genoeg. Wij zijn nu al zes en dertig uren onder water, zoodat het zeer noodig is de lucht in den Nautilus te ververschen. Over tweemaal vier en twintig uren zal onze voorraad uitgeput zijn."
"Welnu, kapitein, dan moeten wij vóor dien tijd bevrijd zijn."
"Wij zullen het tenminste beproeven, door den muur te doorboren, die ons insluit."
"Aan welken kant?" vroeg ik.
"Da