20.000 Mijlen onder Zee: Westelijk Halfrond, page 199 by Jules Verne

<< Return to Title Details & Download

 < previous  next > 

200

n!"

Wij konden niets anders doen dan gehoorzamen. Een vijftiental matrozen van den Nautilus omringden den kapitein en beschouwden het naderend vaartuig met een onverzoenlijk gevoel van haat. Men begreep, dat dezelfde dorst naar wraak hen allen bezielde; ik ging naar beneden! op het oogenblik dat een nieuwe kogel weer op den Nautilus afsprong, en hoorde den kapitein roepen:

"Schiet, dwaas vaartuig! Verspil nutteloos je kogels! Je zult aan de spoor van den Nautilus niet ontsnappen. Maar hier moet je niet te gronde gaan! Ik wil niet dat je wrak op dezelfde plaats ligt als dat van den roemrijken Vengeur!"'

Ik ging weer naar mijn kamer; de kapitein en de stuurman waren op het plat gebleven. De schroef werd in beweging gebracht en de Nautilus verwijderde zich met groote snelheid, om buiten het bereik der kogels te komen. Doch de vervolging duurde voort, en kapitein Nemo vergenoegde zich toen met den afstand in het oog te houden.

Tegen vier uur des namiddags kon ik het ongeduld en de onrust, die mij kwelden, niet meer bedwingen, en ik ging naar de middeltrap. Het luik stond open, ik waagde mij op het plat. De kapitein liep er in ontroering heen en weer. Hij keek naar het schip, dat op vijf of zes kilometer onder den wind van ons afbleef. Hij draaide er als een wild dier omheen, en het oostwaarts achter zich aanlokkend, liet hij zich vervolgen. Evenwel viel hij niet aan; misschien aarzelde hij nog. Ik wilde een laatste poging aanwenden; maar nauwelijks had ik den mond opengedaan, of hij legde mij het zwijgen op, door te zeggen: "Ik ben de rechtvaardigheid, ik ben het recht! Ik ben de verdrukte, daar is de onderdrukker! Daardoor is al wat ik heb liefgehad, bemind en geëerd, vernietigd; vaderland, vrouw, kinderen, vader en moeder! Al wat ik haat is daar vóor mij. Zwijg dus!"

Ik wierp een laatsten blik op het schip, dat de snelheid vermeerderde. Daarna ging ik weer naar Koenraad en Ned Land.

"Wij zullen vluchten!" zei ik.

"Goed," antwoordde Ned! "maar wat is het v

 < previous  next >