f de Christelijke Kerk overeind, niet ongedeerd, maar ongeschokt in hare eenheid. Ook op de literatuur dezer eeuwen heeft zij haar stempel gedrukt. Want terwijl er nauwlijks sprake kan zijn van de vorming eener literatuur in de volkstaal, kiezen de letterkundigen dier eeuwen bijna zonder uitzondering de klassieke kerktaal, waar zij uiting willen geven aan hetgeen hun geest en gemoed vervult. Voordat wij die in het Latijn geschreven werken in oogenschouw nemen, moeten wij kennis maken met hetgeen door sommige geleerden als Oudnederlandsche Letterkunde is aangeduid[9].
Evenals de Engelschen vóór hunne middeleeuwsche letterkunde eene Oudengelsche of Angelsaksische literatuur kunnen aanwijzen en de Duitschers vóór de Middelhoogduitsche eene Oudhoogduitsche, zoo moesten ook de Nederlanders, meende men, eene Oudnederlandsche letterkunde hebben gehad. Vaderlandsliefde die in het teeken der Romantiek stond, strekte verlangend de armen uit; de Wetenschap werd omhelsd, z&oacu