et zijne behouden tehuiskomst geluk te wenschen. De vrouwen van Laïwawaï hebben in haar gang en beweging iets zeer bekoorlijks. Met een glimlach om de lippen, met eene sierlijke houding, met de rechterhand den langen sleep van haar peignoir ophoudende, boden zij ons cigaretten van pandanus aan, die zij zelven met hare dunne vingers hadden gemaakt, en die voor het meerendeel half waren opgerookt. Men zeide mij, dat het aannemen van de half opgerookte cigarette als een bewijs van kiesche beleefdheid gold.
Ondanks de hitte deed ik eene heerlijke wandeling in de prachtige, geheel belommerde laan, die langs de kust loopt, en waarin eene verkwikkelijke koelte heerschte. Dit eiland onderscheidt zich zeer gunstig van Tubuaï. De broodboom groeit hier niet, maar de taro voorziet in bijna alle behoeften der inwoners, wier aantal ter nauwernood tweehonderdvijftig bedraagt. Zoo arm en ellendig als het er op Tubuaï uitziet, zoo welvarend en aangenaam is het hier. De inlanders hebben blijkbaar all