elijkheid geweest. Niet om nieuwe banden of om bandeloosheid was het hem te doen, maar om vrijheid. Zijn land, gevoelde hij, was grooter dan zijn klooster, de wereld grooter dan zijn land, en er viel daar buiten eene even nuttige als roemrijke levenstaak te vervullen. In zijne cel zelve had de beweging der eeuw hem aangegrepen; uit zijne boeken was de tegenstelling eener barbaarsche omgeving en van een hoogeren standaard van beschaving hem openbaar geworden; naar die lucht en dat licht strekte zijn verlangen zich uit. Zóó ten minste verklaren wij ons zijn ongeduldig bijten in de staven van zijn tralievenster, tien jaren lang.
Er is in Erasmus' leven, nadat als geleide van een jongen schotschen koningszoon gunstiger omstandigheden hem eindelijk naar Rome gevoerd hadden, en hij in de drukkerij van Aldo Manuzio de proefbladen zijner herziene Spreekwoorden had mogen korrigeren; er is een tijd gekomen dat één ding bij hem nog boven Italië ging: Bazel en de vrijheid. Met de jaren is he